‘De kracht van een module zit in een goede aansluiting op het proces van de cliënt’

Jongeren krijgen bij Herlaarhof maatwerk blended behandeling

Bij Herlaarhof, centrum voor jeugd-ggz van Reinier van Arkel in Vught, wordt ehealth al enkele jaren ingezet in behandelingen. Projectleider Carlijn van den Broek vertelt hoe de hulpverlening is ingericht en Orthopedagoog Annekee Schippers vertelt over haar ervaringen.

Foto van gebouwen van Herlaarhof in Vught Herlaarhof, locatie Vught

“Zodra een kind of jongere wordt aangemeld als cliënt, kijken we of we een psycho-educatiemodule aan kunnen bieden. Zo ja, dan wordt vaak gekozen om (een deel van) dit traject via online modules te doen,” vertelt Carlijn Van den Broek.

De behandelaren bij Herlaarhof bekijken daarnaast altijd qua inhoud wat er bij een jongere of kind past. “Door de online middelen kunnen we ouders minder belasten omdat ze niet zo vaak naar de locatie hoeven te komen. Dat vinden we een voordeel. Maar waar sommige jongeren en kinderen het juist fijn vinden om zelfstandig of samen met hun ouders thuis een module door te lopen, zijn er ook ouders en jongeren die juist graag willen langskomen. En dat is ook prima.”

Meer ehealth door corona

Orthopedagoog Annekee Schippers werkte voor de coronacrisis bijna niet met ehealth, maar dat veranderde vlot in maart. “Ik ben begonnen met beeldbellen en gebruik veel psycho-educatiemodules. Als ouders vragen hebben, dan stellen ze die online. Ik zie sommige cliënten nog wel in persoon, maar door deze online middelen voelt het alsof ik meer kan aanbieden.”

Schippers ziet dat de jongeren zich online goed redden en het platform en de app snappen. “Het is daardoor makkelijker om nieuwe dingen aan te bieden. Normaliter vroeg ik ze om een opdracht te oefenen die ik ze op schrift mee gaf, waarna er thuis niet altijd meer iets mee gedaan werd. Maar nu kunnen ze aan de slag met oefeningen en dagboeken die ze altijd in hun zak hebben, en waar ze notificaties voor krijgen van de app.”

Foto van Annekee Schippers Annekee Schippers, foto: Jolanda Ruijs-van Rossum

De orthopedagoog vindt het daarnaast prettig dat er ehealthmodules zijn die aansluiten op de behandeling die ze face to face geeft. “In de behandelruimte oefenen we bijvoorbeeld met ontspannen. Als ik merk dat een jongere hier moeite mee heeft, zet ik een module gericht op ontspannen klaar. Dan kan de cliënt in de vertrouwde omgeving oefenen met duidelijke instructies en daar kunnen we offline weer mee verder.”

Helpdesk tijdens de lockdown

Herlaarhof nam de nodige maatregelen met de komst van het coronavirus. Het beeldbellen werd opgeschaald en modules ingezet als aanvulling op de videogesprekken. Vooral in het begin van de intelligente lockdown zag Carlijn van de Broek dat ouders en cliënten problemen hadden met het gebruik van het behandelplatform. Om hierin goed te kunnen ondersteunen is er een cliëntenhelpdesk opgezet. Hier kunnen cliënten en hun ouders terecht met praktische vragen of problemen met het gebruik van het behandelplatform of met beeldbellen.

Behandelaren die voorheen nog weinig ervaring hadden met ehealth, hebben nu de mogelijkheden en de meerwaarde ontdekt, ziet Van de Broek. Maar vanuit haar rol als projectleider blijft ze scherp op hoe de mogelijkheden aansluiten op de praktijk. “Omdat de inzet van ehealth voor sommige behandelaren nog relatief nieuw is, is het van belang om samen te bekijken wat er echt passend is. Sommige modules in het aanbod van Minddistrict vinden we nog niet goed genoeg. De module over ADHD vinden we bijvoorbeeld teveel tekst hebben.” Daarnaast zijn niet alle cliëntcontacten geschikt om online te voeren, vertelt ze. “Het blijft maatwerk. Behandelaren kunnen hier samen met collega’s een inschatting in maken. Uiteindelijk draait het erom dat er goede zorg geleverd wordt en dat de cliënt en de ouders die ook zo ervaren.”

Foto van projectleider Carlijn van den Broek Carlijn van den Broek, foto: Jolanda Ruijs-van Rossum

Zelfstandig of toch samen

De meeste jongeren die met modules aan de slag gaan, redden zich goed en kunnen ermee overweg. Maar soms is het even zoeken hoe je een module in het zorgproces voegt, ziet Van de Broek. “Geef je een jongere van zestien zelf een account of via de ouders? Het zou mooi zijn als het behandelplatform in de toekomst zo ingericht kan worden, dat dit soort praktische zaken makkelijker worden gemaakt.”

Ook Schippers ziet verschillen, de ene ouder is erg betrokken, bij de andere verloopt het contact vooral via de cliënt. “Nu ouders ook veelal thuis aan het werk zijn kunnen ze vaak even aansluiten. Dat is erg handig.” Daarnaast is elk kind anders en kan de ene veertienjarige zelf een module doorlopen, terwijl een leeftijdsgenoot hulp nodig heeft. “Jonge kinderen en hun ouders kunnen ervoor kiezen om de modules, zoals algemene psycho-educatie over autisme, samen te doorlopen.”

Inkijkje in de thuissituatie

De afgelopen maanden is het beeldbellen aanzienlijk meer ingezet. Herlaarhof vroeg cliënten naar hun bevindingen. “Veel jongeren vinden het prettig om niet naar de locatie te hoeven komen met hun ouders”, vertelt Van de Broek. “Dat heeft wel impact op een zestienjarige. Nu zitten ze op hun eigen kamer en zijn ze meer op hun gemak.” Anderen vinden het prettiger om met een behandelaar af te spreken en bijvoorbeeld een wandeling te maken.

Ook voor behandelaren is het voeren van gesprekken via beeldbellen een andere ervaring, die ook uitdagingen met zich meebrengt. Zo was het volgens Schippers even zoeken hoe je een connectie maakt met een cliënt die je alleen online ‘ziet’. “Om het persoonlijker te maken vraag ik de jongere om iets uit hun huis te laten zien wat hen typeert. Of, als ze daarvoor open staan, een kleine tour door de kamer waarin ze zitten te geven. Zo krijg je een inkijkje in iemands leven – is een kamer heel sober of juist kleurrijk, heeft iemand een hobby, hoe rommelig of netjes is het? Op die manier kom je sneller op leuke gespreksonderwerpen om het ijs te breken.”

De orthopedagoog vindt het ook lastig om via beeldbellen lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen te lezen. "Een trillende lip, of de andere kleine aanwijzingen, mis je sneller." Door de coronacrisis startte Schippers nieuwe trajecten met cliënten die ze pas na enkele weken voor het eerst face to face zag. “De rollen waren opeens omgedraaid: niet ehealth als aanvulling, maar een face-to-facegesprek als voortzetting van - of aanvulling op - een online traject. Het contact in de behandelkamer is heel waardevol, net als het contact dat je online hebt.”

Projectgroep om kennis te delen

Van de Broek behandelt sinds enkele maanden zelf geen cliënten meer, na twaalf jaar in de directe cliëntzorg. “Ik opereer tussen de zorg en ICT als projectmedewerker digitale zorg. Ik kijk waar kansen liggen, en spreek met behandelaren om te peilen wat zij nog missen en nodig hebben.” Ook zit ze in de projectgroep digitale zorg van Reinier van Arkel, waar Herlaarhof bij aangesloten is.

Deze projectgroep kijkt afdelingsoverstijgend naar kansen en uitdagingen op het gebied van digitale zorg. Het doel van deze groep is ook om meer gebruik te maken van elkaars kennis. “Daarom zit er ook iemand van functioneel beheer bij, en een beleidsmedewerker van ICT. Op deze manier zijn de lijntjes kort en kunnen we zaken snel bespreken en oppakken.”

De groep analyseert welke modules veel worden ingezet, wat de wensen van cliënten en behandelaren zijn en wat de meerwaarde van ehealth is in de verschillende zorgfases. “Behandelaren hebben veel kennis en expertise op het gebied van psychiatrie. Door hen actief te betrekken bij de doorontwikkeling van ehealth, kunnen we goed aansluiten bij de praktijk.”

Zelf modules ontwikkelen

Momenteel onderzoekt de instelling hoe ze ehealth nog meer kunnen inzetten tijdens de verschillende fasen van het zorgproces. “Ik zou bijv. graag zien dat er een module voor jongeren komt die zich richt op het intakeproces, hoe kan een cliënt zich daar zo goed mogelijk op voorbereiden?” Van de Broek is ook blij met de optie om zelf modules te ontwikkelen. “Door zelf te kunnen meedenken, sluiten modules nog beter aan bij specifieke doelgroepen en bij onze behandelingen.”

Uiteindelijk is het de kunst om modules te bedenken die zowel cliënt als behandelaar wil gebruiken. “Ik kan wel honderd leuke ideeën hebben, maar vinden de jongeren dat ook? De kracht van een module zit in een goede aansluiting op het proces van de cliënt. Het moet passen. Daarom zullen we in de toekomst waarschijnlijk meer modules zelf gaan ontwikkelen, met ervaringsdeskundigen en behandelaren.”

Meer informatie?

Lees verder over wat ehealth voor kind&jeugd ggz kan doen

We schreven laatst ook een artikel over de rol van de POH Jeugd in het zorglandschap en sociaal domein.

Wil je liever met ons doornemen wat ehealth in jouw organisatie kan doen? Neem dan gerust contact met ons op