Janna Vrijsen: “Kleine gedragsveranderingen kunnen een groot effect hebben”
Gedragswetenschapper Janna Vrijsen onderzoekt hoe mensen met depressie zich beter kunnen voelen. Ze kijkt daarbij naar de rol van sport en beweging, maar ook naar hoe mensen denken. Bijvoorbeeld piekeren. Volgens Janna werkt een behandeling beter als deze zowel het hoofd als het lijf betrekt.
“Mini verschillen tussen mensen, en binnen een persoon over tijd, kunnen op de lange termijn een heel groot effect hebben.” Dat zegt Janna, senior onderzoeker bij Pro Persona en hoogleraar Mental Fitness bij het Radboudumc. Die verschillen zitten bijvoorbeeld in hoe je informatie verwerkt, hoe je geheugen werkt, maar ook in gedrag. “Het gaat niet om één moment, maar om wat er gebeurt als kleine veranderingen blijven bestaan.”
Het effect van veranderingen in iemands leven op welzijn is vaak pas na langere tijd zichtbaar. Dat maakt het lastig om ze goed te onderzoeken. Ook de middelen hiervoor zijn beperkt. “In onderzoek is een jaar follow-up na een behandeling al mooi. Maar het zegt lang niet zoveel als wanneer je iemand tien jaar zou kunnen volgen. Dan pas kun je echt duurzame verandering in kaart brengen.”
Bewegen werkt, maar...
Een van die kleine veranderingen die een groot verschil kan maken? Beweging. "Onderzoek laat zien dat bewegen voor mensen met een depressie een hele effectieve behandeling kan zijn. Soms zelfs effectiever dan medicatie of psychotherapie." Maar mensen moeten het wel gaan doen. En blijven doen. Voor mensen met een depressie is de drempel om überhaupt te beginnen al groot door o.a. sociale isolatie, gebrek aan energie en weinig zin om dingen te ondernemen.
Zelfs als iemand de stap zet, is een positief effect niet vanzelfsprekend. "Stel: je gaat sporten. Daarna voel je je beter. Maar vervolgens denk je: ik heb het niet goed gedaan. Of anderen waren beter. Of het was maar één keer." Die automatische gedachten - cognitieve biases - kunnen het effect direct ondermijnen. In haar onderzoek kijkt Janna hoe die manier van denken invloed heeft op het effect van bewegen en het volhouden ervan.
“Het gaat niet om één moment, maar om wat er gebeurt als kleine veranderingen blijven bestaan.”
Een integrale blik
De interesse in hoe mensen in elkaar zitten zat er al vroeg in. Janna groeide op met ouders die in de zorg werkten, maar merkte al snel dat ze zelf liever onderzoek wilde doen. “Ik wil vooral begrijpen hoe een behandeling werkt. En waarom bij de ene persoon wel en bij de andere niet.” Een rol als onderzoeker is haar dan ook op het lijf geschreven. “Ik kan goed omgaan met langdurige, trage processen en lang mijn focus houden op hetzelfde onderwerp”, zegt ze.
Haar werk is in de loop der jaren wel veranderd. "Eerst was ik vooral bezig met experimenteel onderzoek. Uitzoeken hoe iets werkt." Daar kijkt Janna nu anders naar. "Ik denk nu veel meer: we moeten zorgen dat dingen ook landen. Daarom kijk ik het liefst: welke ingrediënten zijn er al in de ggz, en hoe maken we daar een beter gerecht van?" Tegelijkertijd gelooft ze dat fundamenteel onderzoek nodig blijft. "Als iedereen alleen maar wil implementeren, wordt er niks nieuws meer ontdekt."
In haar ideale onderzoekswereld nemen we ook context mee om te begrijpen wat iemand nodig heeft. “Binnen de zorg kijken we nu vaak naar die ene persoon . Maar er zit zoveel omheen. Waar iemand woont. Sociaal milieu. Hoe een dag eruitziet. Zelfs dingen als licht of luchtkwaliteit kunnen invloed hebben op hoe iemand zich voelt en wat iemand doet.”
Volgens Janna vraagt dat om betere samenwerking tussen UMC's en GGZ-instellingen. "Iedereen heeft daarin een andere rol. Je moet elkaar waarderen voor de rol in die keten. Niet allemaal hetzelfde willen doen, maar goed afstemmen en elkaar weten te vinden."
Iets maken dat blijft
Als ze één onderzoek moet noemen waar ze trots op is, hoeft Janna niet lang na te denken: de Cognitive Bias Modification (CBM) tool voor kankeroverlevers. De tool, ontwikkeld in samenwerking met Minddistrict, helpt mensen die kanker hebben gehad om minder negatieve emoties en angst te ervaren rondom ziekenhuizen. "We hebben het samen met kankeroverlevers ontwikkeld. Dat maakt het heel waardevol.
"Bovendien wordt de interventie daadwerkelijk gebruikt in de zorg. Dat is niet vanzelfsprekend. "Je kunt prachtige ontdekkingen doen of behandelingen ontwikkelen. Maar als het subsidiegeld op is, verdwijnt het weer. En dan komt het nooit terecht bij de mensen voor wie het bedoeld is. Met de CBM tool hebben we iets gemaakt dat blijft, bij de juiste mensen terechtkomt en zelfs doorontwikkeld kan worden."
Tegelijkertijd blijft Janna realistisch. "Je behandelt vaak maar een klein stukje. Het zijn geen enorme effecten. Maar dat hoeft ook niet." De kracht van ehealth zit wat haar betreft niet in het digitaliseren van bestaande behandelingen. "We zouden eerst moeten onderzoeken hoe iets werkt, en het daarna vanaf de basis opbouwen als digitale interventie." Daarbij ziet ze kansen om interventies breder toepasbaar te maken. "Veel psychische klachten en onderliggende patronen komen ook bij andere doelgroepen en ziektebeelden terug."
"Je kijkt nu vaak naar die ene persoon binnen de zorgcontext. Maar er zit zoveel omheen. Waar iemand woont. Sociaal milieu. Hoe een dag eruitziet. Zelfs dingen als licht of luchtkwaliteit kunnen invloed hebben op hoe iemand zich voelt en wat iemand doet."
Goed doen, goed leven
Succes gaat voor Janna over het juiste doen. "Ik ga tevreden met pensioen als ik niemand schade heb toegebracht en veel mensen heb kunnen helpen, opleiden en ondersteunen. En ook nog een goede moeder en partner ben geweest." In haar rol als hoogleraar merkt ze dat verantwoordelijkheid anders voelt. "Ik ben me er bewuster van dat mijn woorden meer gewicht krijgen. Ik wil het graag integer doen. Op een manier die voor mij werkt en voor de mensen om mij heen."
Meer lezen?
Samen met Janna Vrijsen en andere onderzoekers van het Radboudumc ontwikkelde Minddistrict digitale interventies voor mentale prehabilitatie bij kankerzorg, zoals ‘Mindfulness bij kanker’. In het artikel Hoe mentale prehabilitatie de druk op de GGZ kan verlichten lees je meer over deze samenwerking.
“Ik wil het graag integer doen. Op een manier die voor mij werkt en voor de mensen om mij heen."
Janna Vrijsen
Validatie Vrijdag
De zorg verbeteren. Daar doet Minddistricter Barry Meesters het voor. Net als de onderzoekers, UMC’s en zorgorganisaties in Nederland waar hij elke dag mee samenwerkt. Samen zetten ze zich in voor de ontwikkeling, validatie en verspreiding van online interventies die daadwerkelijk het verschil maken. Voor de rubriek Validatie Vrijdag gaat Barry in gesprek met onderzoekers over hun persoonlijke drijfveren, toewijding en de impact van hun werk.
Vragen of keer koffie drinken met Barry? Stuur hem gerust een bericht.