We hoeven niet te weten wie je bent!

We willen alleen maar weten hoeveel mensen onze website bezoeken. Maar als je wilt kun je dat weigeren.
Lees hier meer over onze cookies.

Onderzoeker Josefien Breedvelt: “Ik wil weten wat werkt, voor wie en waarom”

Op de ambulance werken: als klein meisje zag ze het helemaal voor zich. Eropuit, mensen helpen en ter plekke het verschil maken. Inmiddels houdt Josefien Breedvelt zich bezig met de vraag hoe ze mensen kan helpen vóórdat er problemen ontstaan. Als onderzoeker aan King’s College London en University College London (vanaf oktober 2026) richt ze zich op het voorkomen van angst en depressie bij jongeren.

Veel interventies om psychische problemen te voorkomen, zijn gebaseerd op methoden die oorspronkelijk zijn ontwikkeld voor behandeling. Maar dat betekent niet automatisch dat dezelfde aanpak ook werkt voor preventie.

Josefien wil daarom veel preciezer begrijpen wat de preventie van angst en depressie bij jongeren effectief maakt: “Welke interventie werkt voor wie? Welke componenten in de interventie werken voor wie? En waarom?” Haar onderzoek naar sociale cohesie laat zien dat de mate waarin jongeren zich verbonden voelen met anderen een mogelijk aanknopingspunt is voor preventie.

Maar wie kan beter vertellen wat er voor preventie nodig is dan de jongeren zelf? In een nieuwe studie werkt Josefien daarom vanaf het begin met een jongerenpanel. “We vragen hen: ‘Wat vinden jullie dat wij moeten doen?’ Want uiteindelijk doen we het voor de jongeren”, zegt ze.

Ondersteuning op het juiste moment

Dat Josefien haar onderzoek op jongeren richt, is een bewuste keuze.

Veel psychische problemen ontstaan voor het 25e levensjaar. Tegelijkertijd is dat een periode waarin veel verandert: van school en vriendschappen tot een vervolgopleiding en eerste baan. “Het is zo’n belangrijke periode qua transities”, zegt Josefien. “Daar kun je het verschil maken.” Met betere ondersteuning en handvatten kunnen problemen in die periode mogelijk worden voorkomen of uitgesteld.

Daarvoor moet je hen wel weten te bereiken. En dat is nog niet zo eenvoudig. “Het is nog een groot vraagstuk”, zegt Josefien. Ehealth kan daarin volgens haar een rol spelen. Uit gesprekken met jongeren blijkt dat zij persoonlijk contact belangrijk vinden, maar het ook fijn vinden om digitaal terug te kunnen grijpen op oefeningen. “Korte, bite-sized oefeningen bijvoorbeeld”, vertelt Josefien. “Iets wat je erbij kunt pakken wanneer je het nodig hebt. In de trein, na een stressvolle situatie op school of als je merkt dat klachten weer wat terugkomen.”

Misschien kunnen we in de toekomst zelfs beter herkennen wannéér zo’n moment zich voordoet. Josefien onderzoekt wat wearables daarin kunnen betekenen. Met een Fitbit worden bijvoorbeeld hartslag en lichamelijke activiteit gemeten, terwijl jongeren via een app dagelijks verschillende risicofactoren bijhouden.

De vraag is of in al die gegevens patronen te herkennen zijn. “Het zou heel interessant zijn als we op basis daarvan op het juiste moment ondersteuning kunnen bieden”, zegt Josefien. Als uit de gegevens bijvoorbeeld blijkt dat iemand minder goed slaapt en de stemming achteruitgaat, kan er een passende oefening worden voorgesteld. “De gegevens kunnen jongeren daarnaast misschien ook meer inzicht geven in wat van invloed is op hun mentale gezondheid.”

Altijd een nieuwe richting

“Het allerleukste is vragen stellen”, vindt Josefien. Ideeën voor nieuw onderzoek heeft ze dan ook genoeg. Maar wat als ze ook alle middelen had om ze uit te voeren? “Ik zou nog beter willen begrijpen hoe we interventies op schaal kunnen aanbieden, ook om zo steeds beter te begrijpen wat voor wie werkt en in welke setting.”

Maar hoeveel middelen je ook hebt, onderzoek levert niet altijd meteen antwoorden op. Soms werkt Josefien jarenlang aan een onderzoek en zijn er achteraf net te weinig data om haar vraag goed te beantwoorden. Of blijkt het verband dat ze verwachtte te vinden er niet te zijn. Opgeven? Dat is geen optie voor Josefien. “Ik bijt me erin vast en hou niet op. Ik wil aan het einde kunnen zeggen dat ik er alles aan gedaan heb om een antwoord te vinden.”

Een onverwachte uitkomst roept bij Josefien vooral nieuwe vragen op. Moet de meetmethode anders? Moet ze naar een andere groep kijken? “Je hebt altijd weer een nieuwe richting waarin je kan gaan.”

Impact in de praktijk

“Het mooiste is dat je een vraag kan stellen die belangrijk is voor de praktijk”, vindt Josefien. Hoe mooi het is als onderzoek daar ook daadwerkelijk terechtkomt, heeft ze zelf al ervaren. Haar onderzoek naar het voorkomen van terugval bij depressie heeft bijgedragen aan de multidisciplinaire klinische richtlijnen voor depressie in Nederland.

“Toen heb ik gemerkt hoeveel impact onderzoek kan hebben”, vertelt ze. Haar werk vond ook internationaal zijn weg, onder andere in Amerika, Canada en Duitsland. Hoe bijzonder dat is, dringt niet altijd meteen door. “Soms besef je pas later wat je onderzoek teweeg heeft gebracht.”

Samenwerken aan nieuwe antwoorden

Josefien leidt ook het Prevention Matters Lab aan King’s College London, dat ze met een fellowship van de Prudence Trust opzette. Inmiddels staat een volgende stap voor de deur. Met een subsidie van de Wellcome Trust is ze nieuw onderzoek gestart waarbij ook Minddistrict betrokken is.

Via het Minddistrict platform kunnen de onderzoekers zelf interventies bouwen en onderzoeken wat werkt, welke componenten effect hebben en voor wie. Vooral het gemak waarmee ze interventies zelf kunnen vormgeven en aanpassen, spreekt Josefien aan. “Als onderzoeker is het belangrijk dat je flexibiliteit hebt in hoe je het onderzoek uitvoert”, zegt ze.

Josefien hoopt dat we beter gaan begrijpen wat werkt om psychische problemen bij jongeren te voorkomen, dat die kennis ook echt in de praktijk wordt toegepast én dat jongeren zelf steeds meer richting kunnen geven aan onderzoek. Wanneer? “Misschien wel in de komende tien jaar”, zegt ze. Om daar meteen lachend aan toe te voegen: “Maar goed, dat is misschien wat ambitieus.”

Validatie Vrijdag

De zorg verbeteren. Daar doet Minddistricter Barry Meesters het voor. Net als de onderzoekers, UMC’s en zorgorganisaties in Nederland waar hij elke dag mee samenwerkt. Samen zetten ze zich in voor de ontwikkeling, validatie en verspreiding van online interventies die daadwerkelijk het verschil maken. Voor de rubriek Validatie Vrijdag gaat Barry in gesprek met onderzoekers over hun persoonlijke drijfveren, toewijding en de impact van hun werk.

Vragen of keer koffie drinken met Barry? Stuur hem gerust een bericht.