We koppelen veel en graag

De wondere wereld van interoperabiliteit

We schreven een tijdje geleden over koppelingen met een Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) of Keten Informatie Systeem (KIS). Daarbij legden we de nadruk op de Minddistrict API en single sign-on via onze delegated logon. Sinds de publicatie van VIPP GGZ is de aandacht voor interoperabiliteit en de bijbehorende koppelingen een stuk groter geworden. Daarom willen we hier het thema nog wat verder verkennen. Wat is interoperabiliteit? Waar koppelen we allemaal mee? En waarom?

Illustratie van een stekker en stopcontact als symbool voor interoperabiliteit

Wat is interoperabiliteit?

Interoperabiliteit betekent in ons geval dat je digitale systemen met elkaar laat communiceren om zo te kunnen samenwerken. Het komt er dus op neer dat je open bent en daarom (op een veilige wijze) data kan ontvangen en aanbieden aan anderen. Om dat te realiseren heb je zogenaamde koppelingen nodig, want niet alle systemen kunnen op dezelfde manier met elkaar communiceren. Een koppeling zorgt ervoor dat je via techniek met elkaar kan samenwerken.

In de zorgwereld wordt het met de dag belangrijker om te investeren in interoperabiliteit, omdat samenwerking tussen zorginstellingen vaker als vereiste wordt gezien. Als een cliënt een bepaalde vragenlijst al bij de huisarts heeft ingevuld, dan is het niet wenselijk dat die bij de GGZ opnieuw doorlopen moet worden. Dit is ook de reden dat een subsidie als VIPP GGZ in het leven is geroepen: de zorgroute moet meer op de cliënt worden gericht en dus moeten zorgaanbieders verder kijken dan de grenzen van hun eigen organisatie.

Geen tijd om verder te lezen, maar wel geïnteresseerd in koppelen met Minddistrict? Neem contact met ons op

We investeren graag in interoperabiliteit

Koppelen is belangrijk omdat het direct veel gebruiksgemak oplevert voor de hulpverlener en de cliënt. Door te koppelen worden namelijk hordes weggenomen: je klikt op een knop en je bent gelijk waar je moet zijn. We werken hard aan interoperabiliteit, omdat we willen voorkomen dat iemand denkt: ‘ach, laat maar zitten, ik doe het niet.’

Blije gebruiker van koppelingen

Een paar voorbeelden van succesvolle koppelingen:

  • Je kan de voortgang in de interventies op het ehealthplatform tonen in een andere omgeving, zoals een cliëntportaal. Een cliënt ziet dus in het portaal dat hij 30% van de module ‘Piekeren’ heeft doorlopen.
  • Je kan notificaties van het ene platform in het andere laten zien. Een uitroeptekentje in een EPD geeft bijvoorbeeld aan dat er een taak in Minddistrict is.
  • Je kan inlogschermen overslaan, als je al bent ingelogd in bijvoorbeeld een cliëntportaal en door wilt naar een andere online omgeving.
  • Je kan fouten voorkomen, door persoonsgegevens te synchroniseren met het EPD, in plaats van ze handmatig op verschillende locaties in te vullen. Dat scheelt ook een hoop werk.
  • Je kan gegevens delen met de cliënt als poortwachter: met een druk op de knop geeft de cliënt zelf aan dat een triage-uitslag mag worden gedeeld met een GGZ-instelling.

Over de wereld van Koppelstandaarden

Standaarden voor het versturen van (medische) gegevens bestaan al heel lang. De moeder van integratiestandaarden in Nederland en ook daarbuiten, Health Level 7 (HL7), bestaat bijvoorbeeld al sinds de jaren 80. In de tussentijd zijn er nieuwe standaarden ontwikkeld, is er verder gebouwd op HL7 en is de complexiteit van het datalandschap groter geworden.

Inmiddels kan je de koppelwereld zien als die van gesproken talen: tijd en toepassing hebben ervoor gezorgd dat ze op verschillende manieren met elkaar samenhangen. Je hebt mensen die Engels spreken, mensen die Russisch spreken, weer andere mensen spreken Pools. Je hebt ook mensen die oud-Grieks spreken. Binnen talen bestaat ook weer onderscheid. Je hebt de taal Engels, maar toch geven Amerikanen en Engelsen een andere invulling aan die taal.

Inmiddels kan je de koppelwereld zien als die van gesproken talen

Als je gaat koppelen moet je goed met elkaar praten, je moet uiteindelijk dezelfde taal spreken. Daarom is het belangrijk dat je daar van tevoren ook afspraken over maakt. Voor de ene taal is de vertaalmethode anders dan voor de andere. Zo zal een Amerikaan met weinig moeite een Britse tekst kunnen lezen, terwijl er bij oud-Grieks voor veel mensen een specialistische vertaler nodig zal zijn.

In de wereld van de interoperabiliteit zijn er verschillende manieren om met elkaars talen om te gaan. Hieronder laten we zien hoe wij dat doen.

Onze eigen REST API

De REST API is een koppeling die functioneert als een soort schakelbord. Partijen die data willen aanleveren of ophalen bij hun Minddistrictplatform doen dit volgens de richtlijnen die eerder opgesteld zijn. Je moet dus het juiste type stekker in het schakelbord steken. Als je in de talenmetafoor blijft: wij vragen partners om de data in een eenvoudige, maar veelzijdige taal aan te leveren. Daardoor kunnen we snel en efficiënt met elkaar communiceren.

REST API als schakelbord De REST API is een soort schakelbord

De REST API is helemaal ingericht op de structuur en functionaliteiten van Minddistrict en is voor ons een ideale manier om te koppelen. Meer informatie over de REST API vind je in het eerder genoemde artikel.

Health level 7 (HL7)

In essentie is de interoperabiliteitsstandaard HL7 een lange lijst van standaardberichten gericht op het versturen van data in het domein van de zorg. Denk daarbij aan taken als ‘maak cliënt aan’, ‘update cliënt’ of ‘wijs deze rol toe aan behandelaar’. Het doel van HL7 is het ondersteunen van alle workflows in een zorginstelling, je kan je dus voorstellen dat het hier om een flinke lijst standaardberichten gaat.

Het voordeel is dat het grootste deel van de zorgwereld bekend is met HL7

We gebruiken deze standaard ook met name voor het synchroniseren van de gegevens van cliënt en professional. Het is bijvoorbeeld mogelijk om bij het aanmaken van een cliënt in een EPD, automatisch een cliënt te laten verschijnen in Minddistrict, dankzij een HL7 bericht.

Het voordeel is dat het grootste deel van de zorgwereld bekend is met HL7, het is qua bereik dus een soort Engels, als je het weer met talen zou vergelijken. Omdat er veel nuanceverschillen in het invullen van de berichten kunnen zitten (denk aan Engels versus Amerikaans), is er wel vrij veel afstemming nodig. Daardoor is er van beide koppelende partijen relatief veel werk nodig bij het realiseren.

De online update van HL7: HL7 FHIR

De jongste telg in de HL7-familie is HL7 FHIR. Ook hier gaan we uit van dezelfde standaardberichten, er wordt nu echter gekeken naar hun integratie op basis van webstandaarden. Deze doorontwikkeling heeft de standaard dus klaargemaakt voor de online wereld.

De Nederlandse ehealthstandaard: Koppeltaal

Koppeltaal is een standaard die is vastgesteld door Nederlandse ehealthleveranciers. Aanleiding was de wens van verzekeraars om het uitwisselen van ehealthapplicaties en -interventies tussen platformen te bevorderen. De afspraken zijn gebaseerd op HL7 FHIR, dus ook hier is sprake van een set standaardberichten.

Alle deelnemers sturen in een eigen taal hun verhalen naar het vertaalbureau.

De gegevens van deelnemers aan Koppeltaal worden naar een soort verzamelplek, een ‘HUB’, gestuurd. Die plek werkt ook als een verdeelstation. De HUB is eigenlijk een soort vertaalbureau. Alle deelnemers sturen in een eigen taal hun verhalen naar het vertaalbureau. Deze zet alle berichten om naar de universele Koppeltaal en biedt de standaardberichten vervolgens aan waar ze nodig zijn.

Het mooie is dat er voor deelnemende partijen maar 1 koppeling nodig is: je zorgt ervoor dat je goed kan communiceren met de HUB. Je hoeft de benodigde code maar 1 keer te schrijven en dat scheelt een hoop werk.

MedMij

Door het VIPP GGZ subsidieprogramma heeft er naast al deze standaarden een afsprakenstelsel een centrale rol gekregen in de Nederlandse zorgwereld: MedMij. Medmij redeneert vanuit een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) voor iedere cliënt. Bij het realiseren van, en communiceren met, deze PGO’s krijgen gebruiksgemak, regie over eigen gegevens en privacy voor de cliënt prioriteit.

Waar we tot nu toe technisch en procesmatig naar zorg hebben gekeken, kijkt het Medmij-afsprakenstelsel vooral naar gebruikers en hun handelingen. Het is dus geen technische standaard.

Je zal wel technische standaarden nodig hebben om uiteindelijk aan MedMij te kunnen voldoen. Koppeltaal is nu dan ook bezig met het project KoppelMij: we onderzoeken hoe we ehealth onder de voorwaarden van MedMij kunnen ontsluiten in deze PGO’s.

Tot slot: single sign-on

Een specifieke koppeling die we willen bespreken is single sign-on (SSO), een mooie uiting van de voordelen van koppelen. SSO betekent dat je in een andere online omgeving (bijvoorbeeld een EPD of een cliëntportaal) zit en met een druk op de knop naar Minddistrict kan, zonder apart te hoeven inloggen. Het feit dat je al in de eerdere omgeving was, is voldoende bewijs om toegang te krijgen tot Minddistrict. Een SSO is te realiseren met het hierboven omschreven Koppeltaal, met het SNS-protocol van SamenBeter of met de Delegated Logon-methode die we zelf hebben ontwikkeld.

Je slaat zo dus een inlogscherm over en dat verhoogt het gebruiksgemak. Zeker als je als zorgaanbieder diverse online omgevingen gebruikt voor het optimaliseren van je zorgverlening.

Veel mogelijkheden, die we graag bespreken

De wereld van de interoperabiliteit is een complexe, waar je als zorgorganisatie op vele manieren mee in aanraking kan komen. Die complexiteit betekent niet dat je koppelingen links kan laten liggen. Ze vergroten gebruiksgemak voor zowel cliënt als professional en stimuleren die o zo belangrijke samenwerking in de keten.

Ben je geïnspireerd door de voorbeelden uit dit artikel? Neem dan contact met ons op, dan kunnen we de mogelijkheden verkennen.