Psychiater en hoogleraar Christiaan Vinkers:
“Het beeld van een psychiater wordt geromantiseerd”
Hoe meer we weten over mentale gezondheid, hoe meer we beseffen hoe weinig we weten. Daar moeten we eerlijk over zijn, vindt Christiaan Vinkers. Juist omdat er nog veel misvattingen en stigma’s bestaan rondom psychische aandoeningen en hoe we die behandelen.
Christiaan is psychiater, hoogleraar en onderzoeker bij het Amsterdam UMC. Voor horlogemaker had hij “te grote klauwen”. Via de farmacie en geneeskunde rolde hij min of meer toevallig de psychiatrie in. De complexiteit spreekt hem aan. "Het is zo'n prachtig pluriform vak, omdat we er nog zoveel niet van weten."
Ook is Christiaan auteur. Samen met ziekenhuisapotheker Roeland Vis schreef hij de boeken Even slikken en Hoe zit het nu echt met antidepressiva. Volgens hem zitten antidepressiva onterecht in het verdomhoekje. “We hebben ze per toeval ontdekt en weten niet goed hoe ze werken. Maar we mogen blij zijn dat ze er zijn. Antidepressiva kunnen een merkbaar verschil maken voor mensen met een depressie.”
Multidisciplinair onderzoek
Er ligt een belangrijke verantwoordelijkheid bij psychiaters om beter (geneesmiddelen)onderzoek te doen en te zorgen dat wat werkt ook echt wordt toegepast, vindt hij. Ook Christiaan probeert zijn steentje bij te dragen.
Voorbeelden hiervan zijn het TEMPO onderzoek - een grootschalige studie naar het afbouwen van antidepressiva - en de oprichting van de Afbouwpoli met GGZ inGeest. Mensen die willen stoppen met antidepressiva krijgen hier begeleiding op maat, deels online via Minddistrict. Op dit moment werken Amsterdam UMC, Radboudumc, GGZ inGeest, MIND, onderzoeksinstituut Nivel, Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en Minddistrict samen aan het HARMONIE-onderzoek om die aanpak ook beschikbaar te maken via de huisarts en POH-GGZ.
"Psychiatrie is zo'n prachtig pluriform vak, omdat we er nog zoveel niet van weten."
Publiek debat
Christiaan kom je niet alleen tegen in onderzoeken, wetenschappelijke publicaties en boeken, maar ook in de media. “Ik vind het leuk, belangrijk, maar ook onderdeel van mijn taak als hoogleraar om niet alleen vanuit de ivoren toren te werken, maar om me in het publieke debat te mengen.” Want er is nog veel te winnen in hoe we kennis vergaren én toepassen. “Iedereen ziet dat de ggz piept en kraakt. Als je daar invloed op wil hebben, moet je je uitspreken.”
Dat levert reacties op. Vaak opbouwend, soms ongenuanceerd. Maar dat hoort erbij. “Als je je kop uitsteekt en je bent geopinieerd, dan kun je verwachten dat mensen daar wat van vinden. Dat vind ik ook niet zo erg. Het gaat niet om mij of om zoveel mogelijk volgers krijgen, het gaat om de inhoud.”
Juist daarom probeert hij het gesprek constructief te houden, ook als meningen verschillen. “Je kan zeggen: wat tof dat jij breinonderzoek doet, ook al geloof ik daar zelf minder in. En andersom: wat leuk dat jij kijkt naar ervaringen en psychotherapie. Als je het goed doet, is dat allemaal waardevol.” Maar daar gaat het nog te vaak mis. “In plaats daarvan bekritiseren we elkaar vaak. Dat helpt het veld niet verder.”
Minder concurrentie, meer netwerk
Wat de psychiatrie wél vooruit helpt? Minder concurrentie, meer samenwerken. “Het gaat erom dat je het met elkaar doet en waardering hebt voor de verschillende rollen binnen een samenwerking. Er moet sprake zijn van gelijkwaardigheid.” Samenwerken voor een beurs gaat dat niet oplossen, denkt Christiaan. “Veel samenwerkingen stoppen zodra de financiering ophoudt. Er is geen gedeelde infrastructuur, data blijven versnipperd en niemand voelt zich verantwoordelijk voor de implementatie.” Het moet structureler. “We moeten in vaste, regionale netwerken denken. Met gedeelde data, een gezamenlijk beeld van wat werkt en financiering die verder gaat dan één project. Met die gedachte is ook Depressie Net gestart: een landelijk samenwerkingsverband dat behandelaren, onderzoekers en mensen met depressie verbindt.
Volgens Christiaan ligt daar ook de grootste kans om de ggz te verbeteren: het doorbreken van silo’s en het beter organiseren van het systeem. “Je ziet bijvoorbeeld dat er een harde knip zit tussen Arbo en Curatief. Die praten nauwelijks met elkaar, terwijl ze ongelooflijk veel aan elkaar zouden kunnen hebben.” Door die werelden meer met elkaar te verbinden en in samenhang naar mentale gezondheid te kijken, valt al veel winst te behalen.
“Iedereen ziet dat de ggz piept en kraakt. Als je daar invloed op wil hebben, moet je je uitspreken.”
Minstens zo belangrijk is het beter benutten van wat we al weten. “We weten dat twee keer per week psychotherapie beter werkt dan één keer. Toch doet niemand het.” Logistiek, capaciteit en bekostiging leiden tot een implementatieprobleem. Christiaan is voorstander van een andere manier van werken: meer datagedreven en minder op gevoel alleen. “Als je meet wat je doet en dat met anderen deelt, worden mensen eerder beter. Dus waarom zou je het niet doen?”
In de praktijk blijkt dat lastig. “Veel interventies klinken plausibel, maar zonder goed onderzoek en data uit de praktijk blijft het onduidelijk of ze effectief en veilig zijn.” Wet- en regelgeving maken het ingewikkeld om daarin stappen te zetten. “De regels zijn er met een reden, maar het is vaak onduidelijk wat ze precies betekenen.” Samen met partijen als Minddistrict zoekt hij naar manieren om binnen die regelgeving toch vooruit te komen.
Risico's en romantisering
Ehealth en AI zullen een steeds grotere rol spelen in de behandeling van mentale klachten, gelooft Christiaan. Dat biedt veel mogelijkheden. Maar de discussie blijft vaak hangen in de risico’s – en dat is eenzijdig. “Incidenten met chatbots krijgen veel aandacht, terwijl grotere problemen zoals suïcide relatief onderbelicht blijven. Allebei vragen ze om een goede afweging van de voor- en nadelen.”
Het beeld van een psychiater wordt soms geromantiseerd, vindt hij. “We doen soms alsof een psychiater precies ziet wat iemand nodig heeft. Soms is dat zo. Maar vaak is het ook gewoon iemand die tegenover je zit en probeert zo goed mogelijk te helpen.” Dat beeld houden psychiaters deels zelf in stand. “Je mag toegeven dat je niet helderziend bent en met bestaande kennis en protocollen werkt. Dat kun je doen terwijl je ook aandacht hebt voor de mens achter de klachten.”
De val van Icarus
Christiaan gelooft ook niet in de maakbaarheid van succes. “Als je slaagt, schrijf je er een boek over. Als je faalt, had je pech. Maar zo werkt het niet”, zegt hij. “Het is vooral persistentie. Je moet ergens aan beginnen en het ook afmaken. En natuurlijk een reële dosis geluk.” Aan de binnenkant van zijn toga staat de val van Icarus afgebeeld. Een reminder: doe maar gewoon normaal. “Als je te hoog vliegt, kan je ver vallen.”
Uiteindelijk gaat het hem om wat er blijft bestaan als hij er zelf niet meer is. Netwerken die doorlopen. Kennis die landt in de praktijk. Mensen met psychische klachten die meer kwaliteit van leven hebben. "Als de dingen die je begonnen bent blijven bestaan zonder jou, dan is het goed."
“Incidenten met chatbots krijgen veel aandacht, terwijl grotere problemen zoals suïcide relatief onderbelicht blijven. Allebei vragen ze om een goede afweging van de voor- en nadelen.”
Meer weten over de afbouwpoli?
Lees hier hoe verpleegkundig specialist Kirsten Fransen de hybride werkwijze van de Afbouwpoli in de praktijk ervaart:
Antidepressiva afbouwen in de Afbouwpoli van GGZ inGeest.
Validatie Vrijdag
De zorg verbeteren. Daar doet Minddistricter Barry Meesters het voor. Net als de onderzoekers, UMC’s en zorgorganisaties in Nederland waar hij elke dag mee samenwerkt. Samen zetten ze zich in voor de ontwikkeling, validatie en verspreiding van online interventies die daadwerkelijk het verschil maken. Voor de rubriek Validatie Vrijdag gaat Barry in gesprek met onderzoekers over hun persoonlijke drijfveren, toewijding en de impact van hun werk.
Vragen of keer koffie drinken met Barry? Stuur hem gerust een bericht.